. De periode 1945 – 1989 (De Koude Oorlog) Na de Tweede Wereldoorlog werd het 4de Regiment Lansiers op 20 november 1952 terug opgericht te Leopoldsburg als tankbataljon, uitgerust met Amerikaanse middelzware M 47 Pattontanks. Een jaar later, op 31 mei 1953 kreeg het Regiment zijn standaard te Tienen terug. In 1954 ontving het 4de Lansiers zijn mascotte, de Shetlandpony “Chapska” die tot bij zijn overlijden in 1981 aan elke parade en menig defilé zal deelnemen. In februari 1957 werd het Regiment omgevormd tot verkenningsbataljon van de 1ste Infanteriedivisie en aanvankelijk uitgerust met lichte verkenningstanks M 24 Chaffee. Deze zal kortelings na de verhuis naar het nieuwe garnizoen te Werl in de Duitse Bondsrepubliek vervangen worden door de M 41 Walker Bulldog. Doch amper twee jaar later werd het 4de Regiment Lansiers toegewezen aan de 4de Pantserinfanteriebrigade met zijn oorspronkelijke opdracht als tankbataljon en kreeg het de Pattontanks terug. De periode 1958 – 1961 was zeer druk met een jaargemiddelde aan 160 dagen afwezigheid van huis. In augustus 1962 verhuisde het Regiment naar het “Kwartier Kanaal van Wessem” te Soest. In 1963 werd de “Canadian Army Trophy for NATO Tank Gunnery”, kortweg de CAT, opgericht. Tijdens deze internationale tankschietwedstrijd zal het 4de Regiment meerdere malen de eerste plaats behalen en mocht dan ook voortaan bij wijze van appreciatie de zwarte gordel met Regimentskenteken dragen. Omwille van deze voortreffelijke wedstrijdresultaten werd het 4de Lansiers vanaf 1968 als eerste van de in de Bondsrepubliek gestationeerde eenheden uitgerust met Duitse Leopard I tanks. Het 4de Regiment Lansiers bleef zich intensief verder voorbereiden door aan diverse zowel nationale, als internationale wedstrijden deel te nemen en aan de jaarlijkse grote manoeuvres. Ondertussen werden de vriendschapsbanden met andere NAVO-tankbataljons versterkt door diverse verbroederingen.